Arabische connectie nekt Wout van Aert op Olympische Spelen
Opinie Op het grootste sportplatform van de wereld heeft de wielersport zichzelf andermaal fantastisch in beeld gefietst. De olympische wegwedstrijd in Tokio was pure propaganda voor het wielrennen, waarbij vrijwel al grote kampioenen zich in de kijker reden. De hoofdrollen waren voor drie grote smaakmakers uit de afgelopen Tour de France. Grote ronderenners die een eendagskoers kleuren; dat is toch wat we allemaal willen.
Hoewel héél België terecht iedere pedaalomwenteling van de ijzersterke Wout van Aert bejubelde, kan niemand zeggen dat Richard Carapaz de olympische titel heeft gestolen. In de Tour de France probeerde de Ecuadoriaan met de moed der waanhoop keer op keer bergop de aanval te zoeken om Tadej Pogačar in de problemen te brengen. Nabij Mount Fuji had de Zuid-Amerikaan in zijn vlucht met Brandon McNulty de juiste loper naar het goud bij zich.
Carapaz had zich bij zijn aanval op 24 kilometer van de streep geen betere medevluchter dan McNulty kunnen wensen. De 23-jarige jonge Amerikaan is niet alleen iemand die er vol voor wil gaan, maar was ook de juiste pion om Pogačar ditmaal schaakmat te zetten.

foto: Cor Vos
McNulty en Pogačar zijn immers ploegmaten bij UAE Emirates. De afgelopen weken heeft de Amerikaan zich dag na dag in de Tour volledig leeggereden voor zijn Sloveense kopman. Daardoor is het logisch dat Pogačar nauwelijks werk verrichtte in de achtervolging. Carapaz had nog het voordeel dat zijn INEOS – Grenadiers ploegmaten Michal Kwiatkowski en Adam Yates in de achtervolgende groep zaten. Al zat Yates aan het einde van zijn latijn en leek ‘Kwiato’ ook bij lange na niet meer okselfris te zijn. Veel meer dwarsverbanden van sponsorteams die van directe invloed waren op de tactiek van een landenploeg waren er echter niet te zien.
Slachtoffer
Wout van Aert mag zich het grootste slachtoffer van de belangrijke connectie uit de Verenigde Arabische Emiraten noemen. Pogačar was met zijn snelle benen naast de Belg de meest aangewezen renner die een groot belang had in een sprint. Dit voorjaar bewees de tweevoudig Tour-winnaar zijn spurterskwaliteiten door knap de sprint van een elitegroep in Luik-Bastenaken-Luik te winnen. En nu werd in de sprint op de Fuji Speedway duidelijk dat het verschil tussen Van Aert en Pogačar (die ook nog eens langs Bauke Mollema moest) miniem is.
Van Aert verdient een groot compliment. Hij was dé sterkste man in de wedstrijd. Op de lastige Mikuni Pass liet hij zich niet gek maken toen Pogačar (vanuit het zadel!) demarreerde, maar bleef hij de hele klim vooral zijn eigen tempo rijden. Daarmee forceerde hij zichzelf niet en kwam hij even later weer met anderen in de spits van de wedstrijd terug.
In de kopgroep van dertien renners die na deze klim tot stand kwam, waren dertien landen vertegenwoordigd. Bauke Mollema, Wout van Aert, Tadej Pogačar, Michael Woods, Brandon McNulty, Richard Carapaz, Alberto Bettiol, Michael Kwiatkowski, Rigoberto Urán, Jakob Fuglsang, David Gaudu, Maximilian Schachmann en Adam Yates konden zich opmaken voor de finale.
Traditionele wielerlanden als Nederland, België, Frankrijk en Italië. De Europese landen Duitsland, Engeland, Polen, Denemarken en Slovenië. En van de andere continenten de VS, Canada, Colombia en Ecuador waren vertegenwoordigd. Een prachtige promotie voor de internationalisering en globalisering van de wielersport. Dit is hoe visionair Hein Verbruggen het altijd voor ogen had.

foto: Cor Vos
Eenlingen
Dat de finale juist door dertien eenlingen werd gekleurd, bewijst ook dat kleine ploegen voor een extra spanningsveld zorgen. De grote kampioenen koersten nu in de laatste dertig kilometer als junioren door aan te vallen daar waar het mogelijk was. Op het EK en het WK zie je landenploegen van acht renners aan de start. Op die kampioenschappen is duidelijk meer controle dan in een olympische titelstrijd waar de grote wielerlanden met maximaal vijf renners van start kunnen gaan.
Ik weet dat ik nu tegen de schenen van heel wat mensen in de wielersport trap, maar ik blijf voorstander om de ploegen kleiner te maken. In 2018 heeft de internationale wielerunie UCI het aantal renners per ploeg dat in een grote ronde mag starten van negen naar acht verkleind. Ik denk dat je nog meer strijd krijgt wanneer je de teams terugbrengt naar zeven of misschien zelfs zes renners. Ik weet dat Tour de France-directeur Christian Prudhomme hier ook een voorstander van is. En waarom zou je dit ook niet tijdens de WK’s doen?

foto: Cor Vos
Voor Wout van Aert maakte in de laatste twintig kilometer het ontbreken van een ploegmaat (was dit niet een taak voor Remco Evenepoel geweest?) wellicht het verschil tussen goud en zilver. Niemand was bereid om voluit met Van Aert in de achtervolging op het duo Carapaz/McNulty te gaan. Na zijn fenomenale slotweekeinde in de Tour de France is dat ook volkomen logisch. Je gaat Van Aert niet naar de streep rijden om vervolgens geklopt te worden. Daardoor moest de Belg van Jumbo-Visma in zijn eentje veruit het meeste achtervolgingswerk verrichten.
Met Carapaz, Van Aert en Pogačar heeft de eerste dag op de Olympische Spelen alvast een fantastisch podium opgeleverd. Voor Ecuador is dit pas de tweede gouden olympische medaille nadat snelwandelaar Jefferson Pérez reeds de titel pakte tijdens Atlanta 1996.
De grootste winnaar van deze zware strijd rond Mount Fuji is echter de wielersport. Daarom moet nu iedereen eens goed gaan nadenken welke elementen we uit deze wedstrijd kunnen aangrijpen om ook andere koersen naar een hoger niveau te tillen.

Om te reageren moet je ingelogd zijn.